Het dagboek van Britt, bijna veertig - deel 2 |
|
Britt, getrouwd met Frank en moeder van twee kinderen, wordt dit jaar 40 en VINDT HET VERSCHRIKKELIJK. De kinderen doen steeds meer hun eigen ding, haar man gaat met de dag meer op zijn vader lijken en zij voelt zich beter en zelfverzekerder dan ooit. Tja, en dan kan het gebeuren dat je op een ochtend wakker wordt naast de twintigjarige zoon van je beste vriendin.
10 maart 2006 Ik benijd de vrouwen die geen hap of slok door hun keel krijgen als ze gestrest zijn. Die kilo’s afvallen als dingen niet lekker lopen. Ik grijp naar de chocolade, en naar de drank. Met alle vunzige gevolgen van dien. De reden voor die stress is relatief onschuldig: het is een gekkenhuis op het werk. Maar over werk gaan we het nu niet hebben. Wel over de drank. Een wijntje om vijf uur, dat deed ik altijd al. Twee wijntjes. En dan water bij het eten. Maar de laatste tijd zijn het er wat meer dan twee. En op dagen dat ik niet werk, is het eerder drie dan vijf uur wanneer die fles opengaat. Zo heel erg is dat natuurlijk allemaal niet. Ik heb tenslotte geen kwaaie dronk. Integendeel. Met mij kan je lachen, ha! Waar ik van baal is één: dat ik elke dinsdagavond tijdens de yogales sta te tollen op mijn matje, en twee: dat ik me zo verschrikkelijk platvloers ga gedragen. Nu vinden mannen dat doorgaans niet echt vervelend. Frank raakt er zelfs opgewonden van. ‘Blijf zo zitten,’ zit hij gisteravond tegen mij, toen Els en Victor opstonden om naar huis te gaan. Els en ik waren al om vier uur met een fles rosé op de bank gekropen en hadden ons boos gemaakt over (in willekeurige volgorde) onze mannen, moeders, kinderen en collega’s, de aanwezigheid van ‘los vel’ op de gekste plekken, kilo’s teveel, fijne lijntjes & diepe groeven, pigmentvlekken (nu al!) en het feit dat we geen nee kunnen zeggen tegen genoemde drank en chocolade, geiten-, blauwschimmel- en andere kaas, mannelijke collega’s (Els), mijn baas (ik). Zoals zo vaak hadden Frank en Victor zich tegen zevenen bij ons gevoegd, waarna we pizza’s hadden laten komen, hun en onze kinderen met een paar dvd’s naar boven hadden gestuurd, vrolijk door hadden gedronken en het zoals altijd over seks hadden gehad. ‘Blijf zo zitten,’ zei hij dus. In dit geval was zitten een groot woord. Ik hing onderuit, met één been over de armleuning en mijn rok ergens rond mijn heupen. En ik droeg een maillot. Maar een man die naar eigen zeggen ‘chronisch tekort komt’, vindt zelfs dat opwindend. ‘Trek je maillot en slipje eens uit,’ zei Frank. Hij had onze gasten uitgelaten, boven nog even bij onze slapende kinderen gekeken en stond nu vlak voor me. Was ik iets minder ver heen geweest dan had ik gezegd: ‘Bekijk ‘t, ik ga naar bed.’ Nu stak ik beide benen naar hem uit en liet me door hem van laarzen, maillot en slipje ontdoen. Daarna legde ik ‘braaf’ mijn been over de armleuning en ging Frank weer in de stoel tegenover me zitten. Hij keek naar mij en ik keek naar hem. Zag hoe hij over zijn pik wreef, hoe hij ‘m uit z’n broek haalde, er zachtjes aan trok. ‘Dat zie je graag, hè?’ vroeg hij. Wat daarna is gebeurd, is… vaag. ‘We hebben het in de stoel gedaan,’ vertelde Frank vanmorgen. ‘En op de bank. Je kreeg er geen genoeg van.’ Het zal wel. Lola had mijn beha aan toen ik beneden kwam en zwaaide met mijn slip. Frank was opvallend vrolijk. En ik had een verschrikkelijke kater. 16 maart 2007 Cécile was hier. Met Bruno, dat ongelooflijk lekkere joch. Cécile kwam voor mij, Bruno eigenlijk voor Frank. Hij heeft blijkbaar dezelfde fotocamera gekocht als mijn lieve echtgenoot en heeft advies nodig. Maar Frank was er niet en Cécile ging zo op in haar eigen leed (haar nieuwe vriend is al net zo’n lul als de vorige) dat ze niet doorhad dat ik meer aandacht had voor Bruno dan voor haar. Toegegeven, ik had een paar wijntjes op, anders had ik nooit zo ongegeneerd naar hem durven zitten kijken. Gek ook, of eigenlijk helemaal niet, om bij jezelf te constateren dat je je nu zo anders opstelt tegenover een (weliswaar heel erg jonge) man dan pakweg tien jaar geleden. Dat zelfverzekerde, zelfs ietwat ironische, die blik van: ‘kom maar hier, schatje, dan zou ik jou eens even laten voelen hoe ’t is met een échte vrouw’, dat had ik vroeger niet. Natuurlijk zag en voelde hij me kijken, en oh wat werd hij er verlegen van. Ik weet dat hij me leuk vindt; hij heeft me altijd leuk gevonden. Toen hij zes was, wilde hij zelfs met me trouwen. En toen ik zo tegenover hem zat, voelde ik dat ik - als het aan hem lag - best iets bij hem mocht proberen… Later, in de keuken, terwijl hij bij het aanrecht stond en een glas cola voor zichzelf inschonk, ging ik vlak achter hem staan. Ik stond op mijn tenen, legde mijn kin op zijn schouder en zei zacht, met mijn mond vlakbij zijn oor: ‘Wat ben je toch een mooie jongen.’ Ik voelde hoe zijn lijf zich spande, voelde de warmte die ervan afstraalde. Ik wilde hem strelen, me tegen hem aandrukken, maar wist me gelukkig te bedwingen. Even sloot ik mijn ogen. Ik snoof zijn geur op en drukte mijn lippen op zijn huid, gaf een paar zachte zoentjes en ademde heet in zijn oor (Frank kan ik daar helemaal gek mee maken). Daarna ging ik de kamer weer in, om naar het geweeklaag van zijn moeder te luisteren. Bruno was overduidelijk van zijn stuk gebracht, wat me amuseerde. Hij zette Sem op zijn schouders en nam hem mee de tuin in. Toen Cécile en hij een uurtje later weggingen en we mekaar ten afscheid zoals altijd drie zoenen gaven, kreeg hij een hoofd als een biet. Ach, ’t is zo’n schatje. |
|
De reacties zijn voor verantwoordelijkheid van de auteur. Nietvoordepoes is niet voor de inhoud aansprakelijk.





